Ik was een jaar of 19 en ik wilde dolgraag mijn eigen autootje. Ik had 6 x over het halen van mijn rijbewijs gedaan (ik bleek niet een natuurtalent) en was er in mijn hoofd mèèr dan aan toe. Het hoefde niet een luxe auto te zijn, dat zeker niet. Maar wel graag één die het deed en die mij van (vriendin) A naar (vriendin) B zou brengen.

Daar was Joey

Een dorpsgenoot hoorde van mijn plannen en hè! de auto van zijn moeder stond toevallig te koop! Mooi bakje, wit, mankeerde nagenoeg niets aan. Had toevallig net groot onderhoud gehad. Zijn moeder had het alleen gebruikt voor dagelijkse boodschappen (ja heus) en had ‘em al jaaaaaaren in bezit. Ik overlegde het met niemand en sloot de deal. Voor 1250 euro was de auto van mij. Ik pinde het bedrag, ging samen met de moeder van de dorpsgenoot naar het postkantoor en was eindelijk in het bezit van mijn eigen auto. Ik gaf hem (hoe treurig) een naam: Joey.

Ik was zo trots als een pauw. Ik reed met Joey naar het huis van mijn ouders en nog zie ik het hoofd van mijn vader toen ik aan kwam rijden. “Wàt is dat en wàt heb je daarvoor betaald?!”, riep hij uit. Ik vond dat ik een werelddeal had gesloten, maar de waarheid kwam een paar maanden later aan het licht.

Ai…..

De boodschappenauto bleek een roestbak. Hij lekte van alles en nog wat, op zo’n manier dat ik steeds een kartonnen plaat onder de auto moest leggen. De dorpels waren rot en het groot onderhoud bleek niet heel vakkundig gedaan.

Joey vond zijn jammerlijke weg richting de schroothoop.

Vanaf dat moment probeer ik ver te blijven van dergelijke aankopen. Ik onderzoek alle grotere aankopen grondig zodat ik niet weer de spreekwoordelijke kat in de zak koop.

Ik heb de dorpsgenoot er nooit meer op aangesproken, trouwens. “Ja, bevalt prima”, heb ik nog eens in een gesprek gemompeld toen hij me vroeg naar Joey. Ik vond het zò stom van mezelf dat ik mijn aankoop niet beter had gecontroleerd…..

Heb jij weleens te maken gehad met een kat in de zak?